“Nu is het de gunstige tijd, vandaag is de dag van onze redding!”

Een vertaalde homilie van don Pascual Chavez, onze vorige Algemeen Overste.

Homilie op Aswoensdag

Joël 2,12-18; Psalm 51; 2 Korintiërs 5,20-6,2; Matteus 6,1-6.16-18

Vandaag beginnen we de vastentijd, een tijd van genade want deze leidt ons naar de plechtigheid van Pasen. "Nu is het de gunstige tijd, vandaag is de dag van onze redding."

Dit feest bij uitstek vereist inderdaad een intense voorbereiding. De veertig dagen verwijzen duidelijk naar de tijd die Mozes op de Sinaï heeft doorgebracht, de veertig jaar dat de Joden in de woestijn hebben rondgetrokken, en de veertig dagen die Christus in de woestijn heeft doorgebracht voordat Hij zijn openbaar leven begon. Ze worden ons geschonken als een periode die ons voorbereidt op een ontmoeting met God.

Dit alles wijst op een permanente nood: er is tijd nodig om te komen tot een waarachtige en diepgaande bekering. Op Gods wegen is er gewoonlijk geen haast bij en wordt er niet geïmproviseerd om tot bekering te komen. Deze wordt geschonken als een genade aan hen die ook in moeilijke tijden blijven zoeken, zonder op te geven of te wanhopen. Voor ons valt deze tijd gelukkig samen met het Algemeen Kapittel dat zo in de richting gaat van een grotere dynamische, creatieve, gedurfde trouw aan God, Don Bosco en de jongeren.

Het beeld van het onderweg-zijn, gebruikt in het openingsgebed, duidt op een toenemende toewijding doorheen boete en vernieuwing, die de hele Kerk en ons allemaal engageert. De liturgie brengt ons zo, op een krachtige manier, tot de centrale waarheden van de heilsgeschiedenis. Het doel is nauwkeurig en concreet: Christus bereiken in zijn mysterie van dood en verrijzenis, door een oprechte bekering tot het Evangelie. Om het te zeggen met een liturgische formule: "Zuiver jezelf van de verdorvenheid van de oude mens om te kunnen komen tot een heilige vernieuwing," de vernieuwing in God, de vernieuwing in God voor ons vandaag!

Op de voorgrond van de vasten domineert op de eerste plaats het kruis van Christus, het Lam Gods dat voor ons geslacht werd. Zijn beeld verschijnt aan het einde van onze vastentijd, zoals het Christus te wachten stond op het einde van zijn ‘via crucis’.

We moeten heel goed kijken naar de Gekruisigde: Hij is de Zoon van God die zichzelf ‘vernedert’ om de Vader te gehoorzamen en zo ons allen te redden. Hij draagt tot in de diepste vezels van zijn menselijkheid het gewicht van elke zonde, de lijdensweg van elke pijn. Maar hierin ligt de bron van alle redding. Er is maar één lijdensweg die ons redt: die van Jezus. Er is maar één kruis dat redt: het kruis dat Christus draagt. Niettemin wordt iedereen geroepen om “aan te vullen wat nog ontbreekt aan zijn lijden” (Kol 1,24), door het kruis diep in het hart van ons leven te planten, diep in onze werkelijkheid. Hierin is het belangrijkste niet het fysiek lijden, maar de innerlijke kwelling, zoals Joël zegt: "Scheur je hart en niet je kleren" (Joël 2,13).

Eveneens op de voorgrond van de veertigdagentijd staat het beeld van de as die we allemaal ontvangen om enerzijds aan te geven dat we allen uit ‘stof’ zijn. Wij, die onszelf zo geweldig vinden en denken tot alles in staat te zijn, wij zijn door God geschapen uit stof en zonder God zouden we terugkeren tot stof. Anderzijds zijn we allemaal boetelingen die bekering nodig hebben. "Vergeet niet dat je uit stof bent, en je tot stof zult terugkeren."

De uitnodiging van Jezus aan het begin van zijn openbare leven: "Bekeer je en geloof in het evangelie” die uitgesproken wordt bij het opleggen van de as, is een oproep voor een innige en totale innerlijke verandering, een vernieuwing van de hele mens, van ons gevoel, ons oordeel, ons hele leven. Deze bekering houdt een ingrijpende verandering in die op de eerste plaats gericht is op God en zijn Woord, zeker tijdens dit Algemeen Kapittel.

Zo wordt in ons het bewustzijn gesterkt dat we zondaars zijn, en dat we nood hebben aan boete en bekering: voor God, voor onze medebroeders, voor de medewerkers, voor de jongeren. De vasten is de tijd om stil te staan bij wie we zijn en waartoe we als salesianen geroepen worden. Dit houdt een onderscheiding in van onze waarden en een vergelijking met de waarden die we als volgelingen van Christus in de voetstappen van Don Bosco belijden. Het is, nogmaals, zijn genade die ons verlangen naar bekering voorafgaat en ons engagement ondersteunt om ons volledig toe te wijden aan wat Hij van ons verwacht op dit eigenste moment van de geschiedenis. Laten we niet vergeten dat het God is die onze bekering wil, en dat deze niet ontstaat uit of gevoed wordt door onze eigen wil. Hij is het die onze heiliging wil voor de redding van de jongeren!

Tijdens deze liturgische tijd worden we op een bijzondere manier uitgenodigd om over Christus na te denken, en dit te doen met de blik van Don Bosco. Als salesianen hebben wij de vaste overtuiging dat, zelfs indien het evangelie uniek en voor iedereen hetzelfde is, er een salesiaanse lezing van het evangelie bestaat, waaruit een salesiaanse manier van leven is afgeleid[1]. Don Bosco richtte zijn blik op Christus om te proberen op Hem te lijken in de gelaatstrekken die het meest overeenkwamen met de zending die de Voorzienigheid hem gaf en met dezelfde Geest die hem bezielde[2]. In art. 11 van de Constituties worden deze eigenschappen van de Heer opgesomd waarvoor "we gevoeliger zijn bij het lezen van het evangelie."

In zijn tijd maakte hij zijn salesiaanse lezing. Na hem, in zijn spoor, in zijn licht en met een ingesteldheid om hem na te volgen, moeten wij vandaag, voor ons leven nu, ònze salesiaanse lezing van het evangelie maken[3]. Als we de Christus van het evangelie beter leren kennen, op de manier waarop Don Bosco het heeft begrepen, zullen onze gemeenschappen sterker worden en zal de salesianiteit van onze zending gewaarborgd zijn. De persoonlijke ervaring van Christus, zoals Don Bosco die heeft beleefd, is de sleutel tot de salesiaanse interpretatie van het Woord van God. Dit betekent dat het leven en werk van Don Bosco voor ons "een geïncarneerd Woord van God"[4] is, een geleefde en charismatisch normatieve lezing van dit Woord van God.

En omdat we tijdens de vastentijd ons Algemeen Kapittel houden, zullen we naar God luisteren terwijl we tegelijkertijd luisteren naar de stem van de jongeren, naar hun noden en ambities, hun stiltes en hun hoop, hun tekortkomingen en hun dromen. Jonge mensen zijn in feite ‘de andere bron van onze inspiratie tot evangelisatie’.

Onze tocht tijdens deze vastentijd kan in zijn diepste realiteit ervaren worden als ‘een terugkeer naar de wortels van het geloof, want als we mediteren over het onvergelijkbare geschenk dat de genade van de Verlossing is, kunnen we ons dit alleen maar voorstellen als iets dat aan ons wordt gegeven vanuit een liefdevol goddelijk initiatief’; en ook als een terugkeer naar de oorsprong van onze roeping en zending, beide ook initiatieven van God. "Nu is het de gunstige tijd, vandaag is de dag van onze redding."

Het evangelie van Matteus vertelt ons in welke richting we moeten gaan:

  • Vasten, als uitdrukking van ascetisch engagement. Telkens we ons iets ontzeggen, moet dit geworteld zijn in een innerlijke houding en zich vertalen in concrete daden, om de hele mens, ziel en lichaam te betrekken. Het is een ascese die ons ertoe brengt onszelf opzij te schuiven om ruimte te maken voor anderen, en alles te doven wat leidt tot egoïsme. Zo kunnen we milder worden en in staat zijn de afstand (fysisch, cultureel en spiritueel) tussen ons en jongeren weg te nemen!
  • Gebed, als uitdrukking van het ritme van het leven, dat intenser en vuriger moet worden in deze gunstige tijd. Het moet eerder een kreet vanuit het hart zijn dan een geschreeuw vanop de lippen. De liturgie benadrukt dat dit vurig moet zijn, omdat het gevoed wordt door de liefde; nederig, omdat het ontspringt uit een hart dat getekend is door berouw en zoekt naar vergeving; dringend en zelfverzekerd omdat het nooit moe wordt te vragen; vooral gevoed door het goddelijke woord. Kortom, een mystiek die ons ertoe brengt de liefdevolle goedheid te putten uit de bron waaruit deze ontspringt, het hart van God!
  • Broederlijke naastenliefde, als uitdrukking van openheid naar anderen. Wat we - door te vasten - ontzeggen aan ons lichaam en ons comfort, wordt aan onze broeders en zusters geschonken. Het is een gezamenlijk engagement van solidariteit met de anderen. Het is een manier om naar je naaste te kijken als ‘iemand die mij gegeven is’, als ‘geschenk van God’. Het gaat over de zending zelf, die erin bestaat 'tekens en dragers van Gods liefde voor jonge mensen' te zijn en hen de Blijde Boodschap te brengen: “Christus leeft. Hij is onze hoop en de mooiste jeugd in deze wereld ... Hij leeft en wil dat jij ook leeft! Christus houdt van je, Christus redt je, Christus leeft!"[5]

De vasten is - of zou moeten zijn - een tijd van vreugde, omdat de bekering waarop deze is gericht, niets anders is dan de genade van de verzoening, van de ontmoeting met God: Hij staat altijd klaar om de mens te zegenen die zijn verlangen naar God tot uitdrukking brengt in vasten, bidden en goed doen. En dit zowel op strikt individueel vlak als in deze gemeenschap van kapittelleden.

De vasten is - of zou moeten zijn - een tijd van feestelijkheid omdat we de mogelijkheid krijgen onszelf te vernieuwen, vrijer en steviger te staan in de strijd tegen het kwaad en meer beschikbaar te zijn voor wat de Heer van ons verwacht als salesianen voor de jongeren van vandaag, in staat om “jonge mensen takken naar de hemel en wortels in de aarde te bieden!”[6]

We vertrouwen deze veertig dagen van genade, beleefd in vasten, gebed en naastenliefde, toe aan Maria Hulp, onze Moeder. We vragen haar ons te vergezellen en te leiden om het grote mysterie van het Pasen van Christus waardig te vieren: de hoogste openbaring van de gratuïte en barmhartige liefde van de Vader die we mogen ontvangen en delen met anderen: medebroeders, medewerkers en jongeren!

Ik wens jullie allemaal een vruchtbaar vastentraject!

Pascual Chávez V., sdb

Valdocco, 26 februari 2020

[1] Il Progetto di vita dei Salesiani di Don Bosco, pag. 154.
[2] Il Progetto di vita dei Salesiani di Don Bosco, pag. 154
[3] J. Aubry, Lo Spirito Salesiano. Lineamenti (Roma 1974), pag. 53. Corsive personali.
[4] C. Bissoli, “La Linea Biblica nelle Costituzioni Salesiane”, in Aa. Vv., Contributi di Studio su Costituzioni e Regolamenti SDB. Vol 2 (Roma 1982), pag 292.
[5] Postsynodale apostolische exhortatie Christus vivit, Loreto, 25 maart 2019, 1.130.
[6] Ibidem, 191.

Pascual Chávez V., sdb • Salesianen van Don Bosco, Algemene Raad in Rome (sdb) • geplaatst op 24 maart 2020