Levensloop

Giovanni Bosco wordt geboren op 16 augustus 1815 in het gehucht Becchi in de buurt van Turijn (Italië). Zijn vader, die daar een kleine boerderij heeft, sterft als Giovanni nog geen twee jaar is. Met zijn twee broers helpt hij zijn moeder op de boerderij en in de huishouding, hoewel hij het liefst naar school wil gaan om priester te worden. Door de armoede thuis en allerlei tegenslagen kan hij pas op zijn zestiende aan het gymnasium beginnen. Op 26-jarige leeftijd wordt hij tot priester gewijd.

Het leven van ‘Don’ (‘priester’) Bosco draait om een soort dromen die hem duidelijk maken dat hij zich in moet zetten voor de jeugd. Een ontmoeting met een zwerfjongen uit Turijn in 1841 betekent het begin van zijn levenswerk: jongeren de ruimte bieden om te werken aan hun toekomst, met speciale aandacht voor de kansarmen en achtergestelden onder hen. Don Bosco richt daarvoor twee religieuze congregaties op: de ‘Salesianen van Don Bosco’ (genoemd naar de heilige Franciscus van Sales) en – samen met Maria Mazzarello – de ‘Zusters van Don Bosco’. Hij schrijft boekjes voor scholen en parochies, geeft tijdschriften uit en zet daarvoor eigen drukkerijen op. Don Bosco sterft op 31 januari 1888. In 1934 wordt hij heiligverklaard.

 

Deur